| | |
welkom wie is wie? programma contact in de pers
| |
Programma
Ecologische duurzaamheid
Duurzaam en veilig mobiel
Een duurzaam lokaal economisch
en werkgelegenheidsbeleid
Globaal denken, lokaal beleid voeren
Lokale financiën en fiscaliteit:
instrumenten voor duurzame ontwikkeling
Ruimte en wonen : een leefbare en aangename
woonomgeving
Veilig wonen
Ecologische duurzaamheid
Groen! Steenokkerzeel wil een gemeente met voldoende ruimte voor
(toegankelijk) groen en (proper) water, waar het gezond om leven is. Een
afvalarme en energiezuinige gemeente, waar milieuvriendelijk wonen en leven
beloond wordt.
1. Meer groen in elke buurt
Groen! wil een offensief plan voor meer openbaar groen in elke wijk. Het is
algemeen bekend dat groen (bomen, struiken, bloemen) de straten veel aangenamer
én gezonder maakt.
• er wordt gezocht naar locaties voor bosuitbreiding, bvb. voor de aanleg van
een geboortebos in de eigen gemeente
• aan private boseigenaars wordt gevraagd hun bossen zoveel mogelijk open te
stellen
• waar mogelijk worden nieuwe bomen en struiken aangeplant op straathoeken,
braakliggende gronden, enz.
• natuurvriendelijk tuinbeheer, groendaken en het vergroenen van voortuinen
worden gestimuleerd en beloond (begroeningspremies)
2. Betere wandelwegen
Meer groen is één ding, ervan kunnen genieten is nog iets anders. Daarvoor zijn
goed begaanbare wandelwegen erg belangrijk. Het huidig gemeentebestuur laat een
groot deel van de vele wandelwegen die Steenokkerzeel, Melsbroek en Perk rijk
zijn, gewoon verloederen, zodat ze niet meer goed begaanbaar zijn en dreigen te
verdwijnen. Nochtans lopen vele wandelwegen door prachtige open landschappen of
natuurgebieden. Groen! wil dan ook dringend een actieplan om de talrijke bos- en
veldwegen in onze gemeente te redden (bvb. in het Snijsselsbos en Vossekot in
Perk, het bos rond de Molenbeek in Steenokkerzeel, veldwegen tussen
Steenokkerzeel en Nederokkerzeel, enz.) Tegelijk moet ervoor gezorgd worden dat
ze niet gebruikt kunnen worden door gemotoriseerd verkeer (moto’s, quads, enz.).
3. De vervuiling tegengaan in het belang van onze gezondheid
De lucht, het water, de bodem : in onze gemeenten hebben ze het zwaar te
verduren.
Dit is de afgelopen zes jaar alleen maar verergerd. Hoog tijd voor een groene
aanpak !
• de vervuilde sites (bvb. vijver Volgelzang in Melsbroek) moeten hoogdringend
gesaneerd worden
• beken (Molenbeek, Leibeek) mogen niet langer afvalwater te verwerken krijgen
van gezinnen of de luchthaven; het regenwater daarentegen moet zoveel mogelijk
worden opgevangen of naar beken worden afgevoerd
• het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door de gemeentediensten wordt
volledig afgebouwd en ook de inwoners worden gestimuleerd ecologisch
verantwoorde alternatieven te gebruiken
• zwaar en vervuilend verkeer wordt geweerd uit alle woonwijken; eventueel wordt
een parking voorzien waar vrachtwagens ’s nachts gratis kunnen parkeren, zodat
ze niet meer de straat belemmeren in onze woonwijken
• eventueel : het containerpark moet terug gratis worden, het huidige systeem
(gedeeltelijk gratis, gedeeltelijk betalen) werkt niet
• actieve preventiecampagne en strenge bestraffing van sluikstorten, een echte
plaag in onze gemeente.
• Steenokkerzeel moet een GGO-vrije gemeente worden.
4. Betrokkenheid van de inwoners stimuleren en verenigingen echt ondersteunen
Het betrekken van de inwoners is één van de pijlers van duurzaamheid.
• vergroening van wijken in samenspraak met de bewoners en opstarting van een
peter/meter-systeem om bos- en veldwegen in het oog te houden en problemen
(putten, sluikstorten, gemotoriseerd verkeer) te signaleren
• de gemeente steunt de Steenokkerzeelse milieu- en natuurverenigingen
financieel en materieel door gronden in beheer te geven, materiaal ter
beschikking te stellen, te helpen bij inrichtingswerken enz.
• de gemeente maakt werk van sensibilisering en natuur- en milieu-educatie,
waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan doelgroepen als jongeren en nieuwe
inwoners.
• afval blijven sorteren en vooral ook afval vermijden worden prioriteiten;
lokale handelaars en marktkramers wordt gevraagd herbruikbare tassen aan te
bieden
5. Energiebesparing en groene energie
De gemeente kiest resoluut voor een maximale energiebesparing en voor groene
energie. Zo bespaart ze veel geld én wordt het milieu er beter van.
• een woon- en energieloket wordt opgericht om aan alle inwoners gratis
energieadvies te geven over energie- en waterbesparing, isolatie, subsidies,
enz.
• de gemeente subsidieert energie-audits (opsporen van slecht geïsoleerde
plekken in onze huizen)
• gedaan met het bouwen van energieverslindende gebouwen ! Bij nieuwbouw wordt
gekozen voor laag-energiegebouwen, die dankzij een doorgedreven isolatie zeer
weinig energie verbruiken
• eigen dienstwagens van de gemeente worden uitgerust met een LPG-tank, wat de
uitstoot van het schadelijke stoffen drastisch vermindert. Bovendien is deze
investering na enkele jaren volledig terugverdiend door de veel lagere prijs van
LPG.
• mensen met lage inkomens moeten kunnen genieten van subsidies en renteloze
leningen om energiebesparende ingrepen te doen in hun huis
6. De gemeente moet steeds het goede voorbeeld geven
Bij alle gemeentelijke aankopen wordt rekening gehouden met groene en sociale
criteria :
• hout met een FSC-label (afkomstig uit duurzaam beheerde bossen i.p.v. illegale
houtkap), natuurverven en andere duurzame bouwmaterialen gebruiken.
• ecologische onderhoudsproducten
• ‘Schone Kleren’ voor gemeentepersoneel (kleren die geproduceerd zijn met
respect voor de mensenrechten)
• Fair Trade-producten en bioproducten worden gebruikt op alle gemeentelijke
diensten en recepties
7. De milieusamenwerkingsovereenkomst ondertekenen op niveau 2 en daarna niveau
3
Deze overeenkomst met de Vlaamse overheid helpt de gemeenten om hun beleid
inzake milieu, natuur, energie en mobiliteit te verbeteren. Momenteel bengelt
Steenokkerzeel ergens achterin het peloton : we zitten slechts in niveau 1, en
dat terwijl verschillende gemeenten uit de buurt (Zemst, Kortenberg, Haacht,
Herent, Tervuren) en zelfs steden als Mechelen en Leuven al in niveau 2 zitten.
Deelnemen aan een hoger niveau heeft talrijke voordelen, zoals het aanstellen
van een duurzaamheidsambtenaar die het beleid coördineert en de beschikbaarheid
van tal van subsidies voor inwoners die milieuvriendelijke maatregelen willen
nemen.
Duurzaam en veilig mobiel
Groen! plaatst niet de auto, maar de leefbaarheid van de straten centraal. Al te
vaak blijft de auto het uitgangspunt en zijn leefkwaliteit, verkeersveiligheid,
de belangen van de zachte weggebruikers en de uitbouw van het openbaar vervoer
daaraan ondergeschikt. Groen! wil een lokale mobiliteit op maat van de bewoners
en zwakke weggebruikers en gaat daarom voor maximaal beveiligde wegen waar
kinderen en senioren veilig en zelfstandig op hun bestemming raken. Groen!
vertrekt van een ‘zero’-visie op verkeersveiligheid : elk slachtoffer is er een
te veel. Mensenlevens en gezondheid moeten dan ook op de eerste plaats komen.
1. Mobiliteit en ruimtelijke ordening hand in hand
De verkeersimpact van een bouwproject moet altijd centraal staan. De bouw van
het nieuwe gemeentehuis midden in een woonwijk (Veerlebos) is in dat opzicht een
echt miskleun : het autoverkeer wordt aangewakkerd en de veiligheid en
leefbaarheid in de Orchideeënlaan komt soms in het gedrang. Zulke ondoordachte
inplantingen moeten in de toekomst zeker vermeden worden.
2. Straten en pleinen heroveren op de auto
• Doorgaand verkeer wordt uit de woonbuurten gehouden door eenrichtingsstraten
en snelheidsremmers. Vooral op de spitsuren kennen hebben heel wat straten last
van sluipverkeer. Denken we maar aan de Damlaan, de Lesagestraat, de
Kapelstraat, de Breemstraat, enz. Hier volstaat het niet om een bord te plaatsen
met ‘zone 50’. De gemeente moet deze straten zo inrichten dat doorgaand verkeer
geen tijd meer wint in vergelijking met het verkeer dat wel op de Tervuurse- en
Haachtsesteenweg blijft.
• Een groter gedeelte van onze pleinen moet autoarm gemaakt worden, zodat de
buurtbewoners er zich terug op hun gemak voelen (je moet toch niet in Italië
wonen om te kunnen genieten van prachtige autoarme pleinen…). Pleinen moeten
absoluut hun ontmoetingsfunctie terugkrijgen. Dit moet uiteraard doordacht
gebeuren en steeds met een volledige betrokkenheid van de bewoners.
• Vrachtwagens mogen niet langer in de bebouwde kom parkeren en zo de
verkeersveiligheid in het gedrang brengen. Dit is zeker een probleem in Wambeek,
waar de zichtbaarheid soms minimaal is doordat vrachtwagens gewoon op de
openbare weg geparkeerd staan en soms zelfs lossen en laden. Vrachtwagens zouden
wel terecht moeten kunnen in een speciaal aangelegde parkeerzone buiten de
woonzones.
3. Voetgangers en fietsers op de eerste plaats
• Kinderen, ouderen en mensen met een handicap vormen de norm bij de (her)aanleg
van wegen. Een voetpad moet ook voor mensen met een rolstoel of kinderwagen
breed en comfortabel genoeg zijn, een kruispunt ook voor kinderen overzichtelijk
en ook oversteekbaar voor ouderen.
• Er moet een dicht netwerk komen van vlot berijdbare fietsroutes en goed
onderhouden wandelwegen. Daarvoor wordt een inventaris en een herwaarderingsplan
opgesteld van de trage wegen (oude buurt- en voetwegen) in samenwerking met de
buurgemeenten. Hiervoor kan samengewerkt worden met verenigingen en een
peter/meter-systeem opgericht : peters of meters van een wandelweg signaleren
dan problemen zoals putten, zwerfvuil, aanwezigheid van gemotoriseerd verkeer,
enz.
• Prioriteit blijft het aanpakken van alle knelpunten voor de zwakke
weggebruiker : het fietspad en langs de Kortenbergsesteenweg, de aansluiting van
de Keistraat op de Tervuursesteenweg, …
• Er moet eindelijk een veilige oplossing komen voor de vliegtuigspotters aan de
Kortenbergsesteenweg en aan asielcentrum 127bis. Daar moeten veilige
parkeerplaatsen en wandelwegen worden aangelegd.
• Groen! wil een ruimer aanbod aan kwaliteitsvolle, diefstalveilige
fietsstallingen
• Bedrijfsfietsen moeten aangemoedigd worden : werknemers krijgen dan een goede
fiets van hun werkgever voor het woon-werk-verkeer.
• Er komen meer politiepatrouilles op de fiets.
• De gemeente doet enthousiast mee aan de autoloze zondag en acties als ‘Met
belgerinkel naar de winkel’.
4. Ruim baan voor openbaar vervoer
Groen! wil dat mensen minder afhankelijk worden van hun wagen. Daarvoor is een
goed uitgebouwd openbaar vervoer onontbeerlijk.
• Ook in het weekend en de vakantieperiodes zou er minstens om het uur een bus
naar/van Brussel moeten zijn. Idem voor de stoptrein Leuven-Brussel, zodat
Steenokerzelenaren via het station van Nossegem of Kortenberg de hoofdstad
kunnen bereiken. Ook Mechelen en Vilvoorde moeten in het weekend vlot te
bereiken zijn met De Lijn. Daarvoor is een versnelde uitvoering nodig van het
Pegasusplan van De Lijn en het Gewestelijk Express Net van de NMBS.
• De gemeente geeft het goede voorbeeld door een vervoersplan voor het eigen
personeel op te stellen en stimuleert de Steenokkerzeelse bedrijven om dat ook
te doen. Bedrijfsbussen worden aangemoedigd.
• De mindermobielencentrale levert goed werk en moet uitgebreid worden.
• Ook uitgaan moet veilig kunnen.
Een duurzaam
lokaal economisch en werkgelegenheidsbeleid
Groen! kiest voor een sociaal en ecologisch duurzame economie.
Ecologische duurzaamheid betekent dat we geen ecologische schuld doorschuiven
naar de andere kant van de wereld of naar de toekomstige generaties. Het heeft
onder meer te maken met een drastische vermindering van de hoeveelheid gebruikte
grondstoffen en energie in de productie en het economisch verkeer.
Met sociale duurzaamheid bedoelen we dat alle groepen van de maatschappij
gelijkwaardig betrokken worden in de economie.
Als gemeentebestuur kunnen we bijdragen aan het verminderen van de ecologische
impact van de lokale economie, aan het stimuleren van kleinere economische
kringlopen en aan het versterken van de positie van kwetsbare groepen op de
arbeidsmarkt.
Een steuntje in de rug voor duurzame bedrijven
• Duurzame bedrijven denken niet alleen aan winst. Ze hebben ook oog voor hun
werknemers, klanten en omgeving. De gemeente kan duurzaamheidscontracten
afsluiten met ondernemingen. Daarin worden een aantal afspraken gemaakt over de
sociale en ecologische impact van het bedrijf op de gemeente.
• De gemeente ondersteunt bedrijven die hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid opnemen en maximaal mens- en milieuvriendelijk willen
ondernemen.
• De gemeente zoekt actief naar vervuilende activiteiten en historisch vervuilde
gronden. Een snelle en efficiênte sanering moet volgen.
Een winkel om de hoek
Buurtwinkels zorgen voor lokale werkgelegenheid. Handelaars en
handelsverenigingen vormen mee het cement van wijken en buurten. Buurtwinkels en
markten in dorpskernen hebben een belangrijke sociale functie en een
buurtverzorgend karakter. Door hun ondersteuning van diverse initiatieven houden
ze het verenigingleven in stand. Ze fungeren als ontmoetingsplaats en vervullen
een sociale controlefunctie.
• De gemeente moet buurtwinkelen stimuleren. Ze kan ook een sociale rol spelen
in de lokale distributie, door stimuli te geven voor boodschappendiensten of –
omgekeerd – door dienstverlening, leveringen aan huis (de postbode, de melkboer,
de kruidenier) aan te moedigen.
• Ook markten boeren steeds meer achteruit. Groen! wil markten juist stimuleren
omwille van hun belangrijke sociale functie. Daarbij hebben we in het bijzonder
aandacht voor biomarkten. Via lokale bio-boerenmarkten en hoeveproducten, wil
Groen! lokale landbouwproducten via korte ketens stimuleren. Zo’n producten
leggen minder kilometers af, de boer krijgt een eerlijke inkomen en de band
tussen producent en consument wordt hersteld.
• De gemeente profileert zich als een “Fair Trade”-gemeente“.
Lekkers uit de streek : landbouw als volwaardige economische sector
Land- en tuinbouwers moeten lekker en gezond voedsel produceren en daar ook een
eerlijke prijs voor krijgen.
• De boeren moeten aangemoedigd worden om niet alles op één teelt te zetten.
Diversificatie is beter voor de grond, voor het landschap en voor de boer, die
minder afhankelijk wordt van de prijs van één product.
• De boer als natuur- en landschapsbeheerder. Boeren kunnen nog meer
gestimuleerd worden om - eventueel samen met natuurverenigingen - aan agrarisch
natuurbeheer te doen. De gemeente moet boeren financieel aanmoedigen om over te
schakelen naar biologische landbouw.
Lokaal aan het werk
De grote uitdaging voor veel lokale besturen is om vraag en aanbod op de lokale
werkgelegenheidsmarkt beter op elkaar af te stemmen.
VDAB, gemeentebestuur en middenveld werken gezamenlijk op lokaal niveau en met
de nodige middelen om de drempel op de arbeidsmarkt weg te werken.
• Een voldoende aanbod aan lokale werkwinkels is nodig. De werkwinkels worden
verder uitgebouwd als het éne loket waar alle werkvragen van werkzoekenden,
werkgevers en werkenden samenkomen.
• In een lokale werkwinkel kan elke werkzoekende terecht, ook werkzoekenden
zonder uitkering en bijstandstrekkers.
• De discriminatie van jonge allochtonen legt een sociale bom onder de hele
lokale samenleving en dient door overheid en privé samen te worden aangepakt.
• Als uitgangspunt voor het beleid geldt het principe van de evenredige
deelname: allochtonen participeren aan opleidingen en aan betaalde arbeid, in
verhouding tot hun aandeel in de beroepsbevolking. Dit veronderstelt onder meer
een voldoende aanbod aan lessen Nederland, de inschakeling van jobmakelaars voor
allochtonen en de versterking van het etnisch ondernemerschap.
• Kleinere ondernemingen aarzelen nog meer dan grote om allochtonen in dienst te
nemen. De bestaande overheidsinstrumenten om meer allochtonen aan het werk te
krijgen zijn te sterk gericht op de grotere ondernemingen. De gemeente kan
vooroordelen bij KMO’s wegwerken door meer informatie, begeleiding en coaching
op maat van de onderneming.
Regisseur van het lokaal beleid
De gemeente moet de ambitie hebben om een eigen beleid te voeren inzake lokale
economie en werk, uiteraard in overleg met de andere overheden, maar vanuit een
eigen visie op noden en doelgroepen.
• De gemeente valoriseert de beschikbare federale en gewestelijke steun om te
komen tot een maximale integratie van de inspanningen van lokale werkwinkels,
PWA’s en de inzet van dienstencheques
• Een essentiële voorwaarde voor een gedragen en kwaliteitsvol beleid rond
lokale economie is de participatie van de belangrijkste actoren: werkgevers,
vakbonden, middenstand, milieubeweging, hogere overheden zoals provincie of
VDAB. De bewoners worden veel nauwer bij het beleid betrokken. Dat kan via een
Stuurgroep Lokale Economie of Buurteconomie, naargelang de schaal waarop men het
overleg wenst te organiseren.
• Intergemeentelijke samenwerking is nodig om te komen tot een eenvormig beleid,
zeker wat betreft ondernemingen die zich op de gemeentegrens bevinden.
Globaal denken, lokaal beleid voeren
Geen eiland in de wereld
Een lokale gemeenschap is geen eiland in de wereld. Of je stad of gemeente in
het Noorden of in het Zuiden ligt, in veel opzichten is iedereen met elkaar
verbonden. De globalisering is een realiteit. De keuzes die we hier maken, b.v.
op het vlak van klimaatbeleid, hebben invloed aan de andere kant van de wereld.
Lokale gemeenschappen kunnen een tegengewicht vormen tegen een anonieme of
eenzijdige globalisering. Het kunnen broedplaatsen worden voor een andere
globalisering. De voorbije jaren hebben heel wat steden en gemeenten
geïnvesteerd in een duurzame samenwerking met een gemeenschap in het Zuiden,
onder meer via een stedenband.
In de toekomst zou het gewicht in de Noord-Zuid-samenwerking in een aantal
opzichten meer naar het Noorden moeten verschuiven. Als we een zinvolle bijdrage
willen leveren aan een rechtvaardige ontwikkeling van lokale gemeenschappen in
het Zuiden, dan moeten we misschien niet zozeer de ander ‘helpen’, maar wel
onszelf veranderen. Maatregelen om de ecologische voetafdruk van lokale
gemeenschappen in het Noorden te verkleinen zijn dan ook een belangrijke vorm
van Noord-Zuid-samenwerking. Daarnaast zou het goed zijn in de samenwerking ook
eens de richting om te draaien, en projecten van Zuid-Noord-samenwerking op te
zetten.
Visie, middelen en aktie
• Noord-Zuidbeleid is meer dan het uitdelen van geld. Het vertrekt van
duidelijke visies en beleidskeuzes op lange termijn, bewaakt door een bevoegde
schepen, maar gedragen door het hele bestuur.
• Tegelijk vraagt een Noord-Zuidbeleid voldoende middelen, zowel personeel als
financieel. De gemeente verhoogt haar middelen om naar verhouding bij te dragen
aan de 0,7%-norm van het Bruto Nationaal Inkomen voor ontwikkelingssamenwerking.
• De gemeente erkent en ondersteunt een officiële adviesraad voor
Noord-Zuidbeleid. Samen met het lokale middenveld betrekt zij ook de hele
bevolking zo sterk mogelijk bij het beleid. Jaarlijks worden daarvoor minstens
enkele acties opgezet.
• Informeren en sensibiliseren zijn de kerntaak van het lokale Noord-Zuidbeleid.
De gemeente werkt hiervoor samen met het lokale middenveld en biedt
ondersteuning.
Duurzame ontwikkeling in praktijk brengen
Noord-Zuidbeleid past in een breder kader van duurzame ontwikkeling. De gemeente
kiest consequent voor eerlijke handel, een grondig klimaatbeleid en ethisch
beleggen
• Duurzaamheidsbeleid in eigen stad of gemeente kaderen in mondiaal perspectief.
Dat kan bijvoorbeeld door een gelijktijdige vermindering van het energiegebruik
(in de eigen overheidsgebouwen, bij bouwprojecten, …) en een investering in een
project van duurzame energie in de partnergemeenschap in het Zuiden.
• Aankoopbeleid verduurzamen, door producten van Fair Trade en hout met
FSC-label
• De titel halen van FairTradeGemeente.
• De dienstkleding die aangekocht wordt bestaat alleen nog uit ‘schone kleren’.
• De lokale overheid ondertekent het Manifest voor het Klimaatverbond. Daarbij
engageert zij zich om de hoeveelheid CO2 op haar grondgebied drastisch te
verminderen en tegelijk de Amazone-indianen te steunen bij het behoud van het
tropisch regenwoud.
• Kiezen voor ethisch en duurzaam sparen en beleggen.
• Een deel van de gemeentelijke beleggingen investeren in microkredieten in het
Zuiden.
Een lokaal vredesbeleid
Werken aan vrede, zowel de ‘kleine’ vrede (binnen de gemeente : gezin, school,
verenigingen…) als de ‘grote’ (nationaal en mondiaal niveau), verdient ook een
plaats in het gemeentelijk beleid, parallel met dat voor Noord-Zuid. Beide zijn
nauw verwant, omdat veel problemen in het Zuiden wortelen in geweld dat hiér
zijn oorsprong vindt.
• De eerste taak van een lokaal vredesbeleid is informatie en sensibilisering
van de bevolking. De gemeente zelf kan zich actief aansluiten bij bestaande
campagnes van de vredesbeweging en voor haar burgers de persoonlijke deelname
eraan faciliteren. De gemeente neemt deel aan de jaarlijkse Vlaamse Vredesweek
als ‘vredesgemeente’,
• In het kader van sensibilisering is ook een link mogelijk met cultuur: lokale
feesten (braderij, aardbei, druiven,…) ook eens in het teken van vrede zetten;
vredesmonument; 11.11.11-herdenking ‘her-denken’; nieuwe straten noemen naar
Nobelprijswinnaars Vrede.
• De gemeente zorgt, in samenwerking met het middenveld, mee voor een educatief
aanbod, bijvoorbeeld via lessenreeksen, educatief materiaal, info-avonden,
toneel, reizende tentoonstellingen, boeken en tijdschriften in bibliotheek,
bezoek aan educatieve activiteiten buiten de gemeentegrenzen...
• Vredesbeleid wordt ook doorgetrokken naar het financieel en economisch beleid:
niet enkel via aandacht voor het ethisch beleggen en aanspreken van banken over
hun investeringspolitiek, maar ook door maximaal te streven naar ethisch
duurzame bedrijven in de gemeente.
Lokale financiën en
fiscaliteit: instrumenten voor duurzame ontwikkeling
Een evenwichtig lokaal financieel beleid vrijwaart de toekomst. Gemeenten mogen
de toekomstige beleidsruimte niet helemaal opsouperen, maar ook wie nu te weinig
investeert of teveel vervuilt, legt een hypotheek op de toekomst. Groen! wil een
volwaardige gemeentelijke dienstverlening waarborgen, nu en in de toekomst.
Naast de noodzakelijke subsidies en fondsen door hogere overheden, geeft een
lokale fiscaliteit die berust op rechtvaardigheid en solidariteit gemeenten de
middelen om die uitdaging waar te maken. Bovendien kan slimme fiscaliteit
duurzaam gedrag aanmoedigen.
• De gemeentelijke fiscaliteit correct en transparant zijn.
• Een gezond evenwicht tussen de aanvullende belasting op de personenbelasting
en de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
• Om ieder naar draagkracht te belasten, kunnen andere financieringsbelastingen
worden ingezet, zoals de belasting op de tweede verblijven, op bank- en
financieringsinstellingen, …
• De gemeente stimuleert via subsidies en retributies duurzaam gedrag: premies
voor energie- en wateraudit en energie- en waterbesparende investeringen, een
groene mobiliteitskaart voor autodelers en niet-autobezitters,… Subsidies zijn
helder en eenvoudig aan te vragen.
• Milieubelastingen moeten door duurzaam gedrag te vermijden zijn.
• Groen! wil ook geen belastingen op openbare bals, muziekinstrumenten,
vertoningen,… die het sociale leven ontmoedigen.
• Forfaitaire belastingen als de algemene huisvuilbelasting worden afgeschaft.
Zij zijn onrechtvaardig en niet-ecologisch, omdat zij iedereen even zwaar
treffen, ongeacht inkomen of verbruik.
• In het afvalbeleid wordt gekozen voor gedifferentieerd tarifiëring, met een
vrijstelling voor niet-vermijdbare hoeveelheid afval.
• Groen! is tegen verhoging van rioolheffingen zonder resultaatsverbintenis. Het
is geen evidentie dat de rioolheffingen stijgen zolang we geen garanties hebben
dat het water wel degelijk gezuiverd wordt.
• De gemeente kiest voor ethisch sparen en beleggen.
Ruimte en wonen : een leefbare en
aangename woonomgeving
Behoorlijk wonen is een grondrecht. Maar het vinden van een geschikte,
betaalbare woning is voor heel wat gezinnen in onze regio een haast onmogelijke
opdracht geworden. Daarnaast zijn vele woningen onvoldoende aangepast aan de
huidige of toekomstige noden van de bewoners (oud worden in eigen huis, nieuwe
gezinstypes, andersvaliden). Tegelijk gaat het niet op om de steeds schaarser
wordende open ruimte zomaar te blijven verkavelen.
1. Red de open ruimte
• Groen! vraagt de opmaak van een lokaal ruimtelijk handhavingsplan om de
schaarse open ruimtes en vergezichten die ons nog resten te bewaren. De gemeente
moet de voortrekker worden van de bescherming van de open ruimtes, en zo ingaan
tegen de laks geworden Vlaamse overheid die niets doet tegen lintbebouwing en
het verdwijnen van het open landschap.
• De cultuurhistorische schoonheid van het platteland moet behouden blijven en
toeristisch uitgespeeld worden (wandelaars en fietsers aantrekken, hoevetoerisme
enz.), zodat een breed draagvlak ontstaat.
• Een verlenging van landingsbaan 25L is onaanvaardbaar : de verlenging zou een
historisch open landschap en ecologisch waardevol gebied (tussen Steenokkerzeel,
Humelgem en Erps) vernietigen.
• verweving van functies als wonen, werken en winkelen is een goede zaak :
kleinere kantoren en winkels worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het
woongebied, zonder het woonweefsel aan te tasten.
• enkel grootschalige kantoren of winkels (die veel volk aantrekken) worden niet
in de woonkern gevestigd, maar erbuiten op strategische plaatsen, in de
nabijheid van openbaar vervoer.
2. Publieke ruimte heroveren
Straten, pleinen en parken moeten leefbaar en gezellig zijn. Groen! komt op voor
het behoud en herstel van de publieke ruimte.
• Groen! ijvert voor reclamearme straten en pleinen in plaats van een steeds
groter wordende commercialisering van onze leefomgeving.
• De publieke ruimte (straathoeken, pleinen, parken, enz.) moet aantrekkelijk
worden ingericht met voldoende en goed onderhouden zitbanken, vuilbakken,
bloemperken, enz., zodat ze een aangename ontmoetingsplaats kan worden.
• Kinderen en jongeren moeten in elke wijk voldoende ruimte krijgen om te
spelen, voetballen, fietsen, skaten, enz. Tijdens de vakantieperiodes moeten in
samenspraak met de bewoners autovrije speelstraten worden ingericht.
• Scholen moeten worden aangemoedigd om een buurtfunctie te ontplooien buiten de
lesuren (speelplaats, sportzaal e.d. ter beschikking stellen).
3. Betaalbaar en gezond wonen
• Mensen met lage inkomens moeten kunnen genieten van extra gemeentelijke
subsidies en renteloze leningen (bovenop de subsidies van netwerkbeheerders,
provincie of Vlaamse overheid) om energiebesparende ingrepen te doen in hun
huis.
• Er moeten nog meer sociale woningen komen. Daartoe wordt een
sensibiliseringscampagne opgezet om eigenaars aan te zetten hun woning te
verhuren via een sociaal verhuurkantoor.
• Alle nieuwe sociale woningen moeten laag-energiewoningen worden en waar
mogelijk beroep doen op hernieuwbare energie zoals zonne-energie.
• Oprichting van een toegankelijk en laagdrempelig woon- en energieloket dat
elke vraag van burgers over wonen beantwoordt : advies, premies, uitlenen van
materiaal, enz. Dit loket moet ook een kordate aanpak van leegstand en ongezonde
woningen coördineren.
• beter gebruik maken van de bestaande fiscale instrumenten om leegstand te
bestrijden en onbebouwde percelen binnen bestaande verkavelingen op de markt te
krijgen en speculatie door grote firma’s tegen te gaan :
o hogere heffing op niet-bebouwde percelen die liggen in een verkaveling (hogere
belasting naarmate de grond langer onbebouwd blijft).
o hogere belasting op leegstand en verwaarlozing van gebouwen
Veilig wonen
Groen ! hanteert een brede visie op veiligheid, waarin politie, stadswachters en
preventie elk hun rol spelen.
• Een veilige en leefbare omgeving is cruciaal : nette straten, groen in de
wijken, voldoende ontspannings- en ontmoetingsplaatsen, aangepaste
straatverlichting en veilig verkeer zorgen voor een verhoogd veiligheidsgevoel.
• Een bloeiend verenigingsleven waar plaats is voor iedereen zorgt ervoor dat
mensen zich meer betrokken voelen bij de gemeente.
• Preventie moet kaderen in een globaal plan dat gecoördineerd wordt door een
preventieambtenaar. Deze is verantwoordelijke voor het informeren en
sensibiliseren van de bevolking op vlak van inbraken, diefstal,
verkeersveiligheid, maar ook gezondheid enz.
• De wijkpolitie is de steunpilaar van een modern veiligheidsbeleid en moet dan
ook worden uitgebreid.
• Groen! pleit voor een gediversifieerd politiecorps, met voldoende vrouwen en
allochtonen.
• Als we de criminaliteit bij allochtonen willen oplossen, moeten we ons harder
concentreren op structureel overleg en dialoog, met allochtone jongeren én hun
ouders, zodat ze zich meer betrokken gaan voelen bij onze gemeente.
• Groen! is geen voorstander van camera’s. Het is zinvoller te investeren in
aanspreekbare mensen op het terrein (wijkagenten, stadswachten).
| | |